Journalistiek
Journalistiek is te omschrijven als het verzamelen van meestal nieuwe of actuele gegevens, ze bewerken en met enige regelmaat publiceren voor het publiek in het algemeen of voor bepaalde publieksgroepen. Daarbij gaat het om gegevens die meestal van algemeen belang zijn, waarbij met name onderwerpen als politiek, economie en veiligheid worden gevolgd, afgezien van plotselinge sterk negatieve en in mindere mate positieve verschijnselen (bijvoorbeeld ongelukken).
Definitie
[bewerken | brontekst bewerken]Journalistiek is het verslag doen van nieuws op een neutrale en objectieve manier. Een journalist verzamelt en verwerkt het nieuws voor de lezer, kijker of luisteraar. Journalistiek is de discipline van het verzamelen, filteren, analyseren, controleren en rapporteren van het nieuws.
Een journalistiek bericht dient in eerste instantie antwoord te geven op de vragen wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe (=de vijf W's + H). Er bestaan twee belangrijke vormen van journalistiek: de feiten zo neutraal en objectief mogelijk doorgeven, of ze juist duidelijk voorzien van commentaar. Commentaren en meningen worden duidelijk aangegeven en zijn goed te onderscheiden van het "gewone", feitelijke nieuws.
Er bestaan overigens verschillende andere definities van de journalistiek. Bijvoorbeeld: journalistiek bedrijven betekent zich bezighouden met het bijeenbrengen, verzenden, verspreiden, becommentariëren van nieuws en inlichtingen en met het beschrijven van gebeurtenissen. Het publiceren hiervan gebeurt in diverse media.
Persvrijheid, objectiviteit en beperkingen
[bewerken | brontekst bewerken]Persvrijheid, zijnde de vrijheid om journalistiek te bedrijven en te publiceren, is een onmisbare factor voor een goede werking van de journalistiek. Deze factor is in de meeste westerse landen gegarandeerd in de grondwet, zoals dat in Nederland en België het geval is. In Nederland is in media-cao’s de onafhankelijkheid van redacties vastgelegd met een redactiestatuut. Objectiviteit is een andere factor, deze hangt sterk samen met economische onafhankelijkheid en de mogelijkheid tot het behoud van pluriformiteit van de pers. Objectiviteit moet controleerbaar zijn voor de lezers, luisteraars of kijkers. Dat wil zeggen dat de betrokken journalisten zich uitdrukkelijk conformeren aan een objectief uitgangspunt, of dat een niet-objectief uitgangspunt van een medium openlijk bekend is en niet verhuld wordt.
De journalistiek kent ook duidelijke beperkingen. Deze zijn onder meer:
- de kwaliteit van de journalisten en hun eventuele opleidingen
- de kwaliteit van de media (volledigheid, objectiviteit, snelheid en accuratesse)
- de (overheids)voorwaarden in het land waar journalisten werken
- de behoefte van het publiek aan nieuws (deze behoefte zou, volgens sommigen, de laatste jaren sterk afgenomen zijn door de groei van de zogenaamde 'genotscultuur' en de bijbehorende ontlezing)
- de bereidheid van het publiek om kritische informatie op te nemen
- (vrijwillige) journalistieke gedragscodes, Standaarden voor beroepsgedrag van journalisten, waaronder de Code van Bordeaux (1954, Global Charter of Ethics for Journalists)
- klachtenregelingen bij media (ombudslieden) of daarbuiten (Raad voor de Journalistiek of rechtbanken)
- de fysieke omstandigheden. In grote landen en landen met een slechte infrastructuur is het bijvoorbeeld soms onmogelijk om snel ter plaatse te geraken. Wel kunnen de lijnen steeds meer worden verkort door de smartphone en sociale media. Ook sterk in opkomst is burgerjournalistiek.
- de economische omstandigheden (in Nederland en België bijvoorbeeld krimpen lokale dagbladen in door de relatief hoge kosten en ontlezing)
- de "Pre-publication legislation" (= met veel geld en advocaten de publicatie van een artikel of boek aanvechten omdat het de belangen van iemand zou schenden: zo wordt bijvoorbeeld de publicatie van het boek over de moord op Dulcie September in Zuid-Afrika en Frankrijk bemoeilijkt)
Maatschappelijke functie
[bewerken | brontekst bewerken]
Onafhankelijke en vrije media zijn een belangrijke pijler van de democratie. Zij volgen kritisch gezagsdragers, andere prominenten en machtigen, maar ook instituten, bedrijven en maatschappelijke ontwikkelingen om misstanden in hun berichten aan de kaak te stellen. En ze laten zien wat er speelt in de maatschappij. De journalistiek wordt vaak gezien als de vierde macht in een (democratische) staat, naast de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht (trias politica). In dergelijke landen wordt dan ook breed de opvatting gehuldigd dat voor een goede werking van de journalistiek, deze onafhankelijk van andere machten kan opereren.
Journalistiek in de huidige zin van het woord ontstond in de 17e eeuw met de opkomst van de handel en de noodzaak tot actuele informatie daarover. Zij heeft intussen maatschappelijke erkenning verworven in het vergaren en verbreiden van meestal nieuwe informatie voor het publiek, zowel als het duiden en becommentariëren daarvan. Die maatschappelijke functie is ook goed uit het ontstaan van kranten in de Nederlanden in de Gouden Eeuw, de eerste ter wereld met die naam, af te lezen: hoe breder en objectiever de informatie, hoe succesvoller de krant was.
In de 21e eeuw is in de westerse wereld de opvatting algemeen geworden dat journalistiek onmisbaar is voor het functioneren van de maatschappij, en deels voor het doorlopend kritisch volgen van en vrij berichten over elke vorm van macht, of deze nu politiek, financieel of economisch, militair of fysiek is. Een treffend voorbeeld daarvan is het zogenaamde 'Watergateschandaal', waarbij leden van de Republikeinse Partij en CIA-leden werden opgepakt toen ze inbraken in een campagnebureau van de Democratische Partij. De affaire werd door de journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein aan de kaak gesteld in hun krant, The Washington Post. Uiteindelijk leidde dit tot het aftreden van de toenmalige president, Nixon.
De journalistiek levert ook problemen op, zoals blijkt uit de wijze waarop "roddelbladen", zoals het Vlaams-Nederlandse Story, het Duitse Bild (de grootste krant van Europa) en de Britse The Sun omgaan met hun vrijheid, en daarbij volkomen verzonnen of toch op zijn minst zeer ongefundeerde verhalen publiceren, die voor de betrokkenen zeer schadelijk kunnen zijn.
Genres
[bewerken | brontekst bewerken]De journalistiek kent, los van media, diverse genres, waarvan weer allerlei mengvormen bestaan. De voornaamste daarvan zijn:
- het nieuwsbericht (of nieuwsartikel): artikel of item in een nieuwsuitzending, over een gebeurtenis die in het recente verleden heeft plaats gevonden
- de nieuwsfoto: foto die het nieuws laat zien of daarvan een voorbeeld is
- het verslag: objectieve beschrijving van of uitzending over een gebeurtenis, bijvoorbeeld een sportwedstrijd, calamiteit, raadsvergadering of zitting van een rechtbank; met aandacht voor wat er precies gebeurde, in de juiste volgorde en de gevolgen ervan
- het interview: verslag van een vraaggesprek met een interessant persoon; bijvoorbeeld om nader kennis te maken, de visie en mening van een deskundige te leren kennen of een ander licht op een actuele kwestie te werpen
- het portret: artikel of uitzending over een persoon waarin vooral bekenden (zoals familie, vrienden, collega’s) van die persoon aan het woord komen, de persoon in kwestie wordt alleen aangehaald met oude uitspraken
- de portretfoto: foto met een artistieke weergave van de persoon (of personen) waarin het gezicht en de uitdrukking overheersen[1]
- het achtergrondverhaal (of achtergrondartikel): artikel dat of uitzending die dieper ingaat op een nieuwsfeit of actuele gebeurtenis, met de focus op oorzaken, gevolgen, context, feiten in onderlinge samenhang, toelichtingen, interpretaties en andere achtergrondinformatie; met verschillende invalshoeken (economisch, politiek, ecologisch, etc.) en zorgvuldige bronvermelding
- onderzoeksartikel, research-artikel of andere journalistieke productie (boek, uitzending) waarin alle feiten op een rijtje staan over een nieuwe kwestie of misstand die aan de kaak wordt gesteld; de resultaten zijn verkregen na het nauwgezet en systematisch doorzoeken van allerlei soorten bronnen
- factchecking: uitkomsten van het beoordelen van de juistheid van feiten in informatie of beweringen
- de reportage: verhaal van een journalist als ooggetuige en interviewer, die er met zijn/haar neus bovenop staat, en een inkijkje of inside story geeft; een reportage kan over allerlei soorten onderwerpen gaan: van de toestand in een rampgebied of achterstandswijk en de gang van zaken in een bedrijf of andere organisatie, tot de aanloop naar een rechtszaak; de aanleiding is meestal een nieuwsfeit; het kan gaan om een artikel, foto-, radio- of tv-reportage; als film wordt hij ook wel documentaire genoemd: een op feiten gebaseerde informatieve film
- opiniestuk (of opinie-artikel): betoog waarin een standpunt wordt verdedigd; met een stelling die is onderbouwd met argumenten; argumenten kunnen onder andere bestaan uit gezaghebbende bronnen, eigen of andermans observaties, cijfers, onderzoeken, meningen van belangrijke anderen zoals deskundigen en voorbeelden; anders dan andere journalistieke uitingen, is een opiniestuk niet objectief en niet oprolbaar (d.w.z. dat het bij ruimtegebrek niet na elke alinea kan worden afgebroken)
- het commentaar: in een krant vaak een "hoofdredactioneel commentaar" genoemd, waarin de redactie een duidelijke mening geeft over de actualiteit, vaak met een kritische of politieke strekking
- de recensie: opiniestuk over en kritische bespreking van een product zoals een boek, film, televisieprogramma, tentoonstelling, computerspel, toneelvoorstelling of muziekuitvoering
- de column: met regelmaat verschijnend, kort stukje proza van een bepaalde auteur (de columnist), dat praktisch overal over mag gaan; vaak geeft een column stof tot nadenken en bevat hij een visie, mening en/of aanbeveling.
Media
[bewerken | brontekst bewerken]De journalistiek kan zich bedienen van diverse uitgavenvormen (= media). Traditioneel zijn dat kranten, die regelmatig of zelfs dagelijks verschijnen en zich nadrukkelijk tot doel stellen zonder nevendoel alleen voor het publiek nuttig geachte informatie te vergaren en te publiceren.
Steeds meer worden ook andere media gebruikt dan die welke verschijnen op papier, meebewegend met de (potentiële) lezer/kijker/luisteraar.
Digitale media spelen een steeds grotere rol. Het simpelste, goedkoopste en snelste medium is tegenwoordig het weblog, een dagboekachtige webpagina met een gestandaardiseerde opmaak en minimale functionaliteit.
Een korte opsomming van beschikbare media:
- Historisch: de dorpsomroeper, rooksignalen.
- Boden: het oudste middel, met een lage toegangsdrempel, en mondelinge overdracht, nog steeds in gebruik, bijvoorbeeld in sommige arme landen, maar ook moderne, westerse landen.
- Rondzendbrieven: zeer lage toegangsdrempel, een zeer oud middel, reeds in de oudheid, onder de Grieken en Romeinen, en door bijvoorbeeld de apostelen gebruikt. Het zijn brieven die worden verstuurd naar leden van bijvoorbeeld een familie of (kerk-)genootschap om elkaar op de hoogte te brengen van de laatste nieuwtjes; een ontvangen brief wordt telkens aangevuld met eigen nieuws en dan weer doorgestuurd naar de volgende (een soort zwaan-kleef-aan).
- Kranten: middelhoge toegangsdrempel. Zij ontstonden na de uitvinding van de drukpers (China en Korea, 6e tot 8e eeuw). De eerste regelmatige kranten ter wereld verschenen in Amsterdam in de Gouden Eeuw, en bevatten voornamelijk handelsnieuws. De beperking schuilt tegenwoordig in de productietijd van minimaal 12 uur en de ingewikkelde distributie van gedrukte kranten. Kranten kunnen verschillende doelgroepen hebben: landelijk, regionaal of plaatselijk; daarnaast kunnen ze specialistisch zijn, zoals met een religieuze of economische/financiële inslag. Ze kunnen dagelijks of wekelijks verschijnen, met betaalde abonnementen werken (het merendeel) of hun inkomsten volledig uit advertenties halen, zoals huis-aan-huisbladen.
- Tijdschriften: door kleurendruk en specialisatie vaak een hogere toegangsdrempel dan kranten, hebben een productietijd vanaf meestal 48 uur en zijn dus meer geschikt voor achtergronden en analyses, zoals opinietijdschriften, maar ook voor tijdschriften voor vakgenoten vakbladen en leden van dezelfde organisatie (zoals vakbondsbladen).
- Boeken: zeer oud middel, al van ver vóór de uitvinding van de boekdrukkunst, met een zeer hoge toegangsdrempel, langere productietijd en meestal alleen gebruikt voor achtergrond en analyse (die op zichzelf weer nieuws kan zijn).
- Radio: middelhoge toegangsdrempel, ontstond begin 20e eeuw, heeft als voordeel de snelheid van distributie en de veel geringere productietijd, maar kan geen beeld tonen. Een radiozender kan plaatselijk gericht zijn, regionaal en landelijk of wereldwijd (zoals BBC World Service).
- Televisie: zeer hoge toegangsdrempel en vereist een uitgebreide organisatorische voorbereiding en technische kennis en voorzieningen (die vaak in de handen van de overheid zijn). Is snel bij live-uitzendingen en ongeveer net zo snel als andere media bij andere journalistieke uitzendingen. Doelgroepen kunnen zeer divers zijn, van plaatselijk (zoals AT5 in Amsterdam) tot wereldwijd (zoals CNN en Al Jazeera); dankzij de kabel en internet zijn uitzendingen vaak wereldwijd te ontvangen.
- Via internet. Het merendeel van de "oude" media, zoals kranten, tijdschriften, radio- en tv-uitzendingen, zijn inmiddels ook op internet in te zien of te beluisteren, al of niet alleen voor abonnees of inwoners van een land (wat wordt gecontroleerd op IP-adres). Daarnaast zijn er ook zelfstandige vormen van media op internet ontstaan, die vóór het internet-tijdperk niet bestonden:
- Website of weblog (blog): zeer lage toegangsdrempel, kunnen snel en eenvoudig zijn, maar zijn vaak niet te beoordelen op de kwaliteit en herkomst van hun informatie.
- E-mail-nieuwsbrieven (al dan niet tussentijds).
- RSS
- Pushberichten voor het laatste nieuws.
- Video's en foto's: door iedereen gemakkelijk te plaatsen op bijvoorbeeld Youtube of een openbare fotowebsite (waaronder Wikimedia Commons, waar bijvoorbeeld per dag de oorlog in Oekraïne in beeld is gebracht), van ooggetuigeverslagen door amateurs tot professionele reportages.
- Podcast: een gesproken uitzending die men, anders dan een reguliere radio-uitzending, kan beluisteren (en soms bekijken) op een zelfgekozen tijdstip, via een streamingsdienst. Het kan gaan om een monoloog (college, gesproken column), interview of gesprek met een beperkt aantal personen (maximaal drie tegelijk, omdat de luisteraar anders niet kan onderscheiden wie er aan het woord is). De onderwerpen zijn volledig vrij, evenals de mate van objectiviteit. Vaak worden ze aangeboden in een serie met tussenpozen, en hebben ze één overkoepelend thema, zoals de politieke of economische situatie van de afgelopen tijd, of een misdaad die wordt ontrafeld.
- Sociale media zoals Facebook en Twitter/X (vooralsnog vooral voor lezersreacties, echter wel gemodereerd), Instagram, Pinterest etc.
- Wikinieuws, een zusterproject van Wikipedia, waarop iedereen zelf nieuwsberichten kan plaatsen.
Organisatie en taken
[bewerken | brontekst bewerken]In de journalistiek bestaan diverse taken en functies. Het journalistieke proces wordt meestal uitgevoerd op een redactie.
De hoofdredacteur leidt een redactie en is de eindverantwoordelijke voor het product (zoals de krant, het tijdschrift of de uitzending). Een grote redactie is opgedeeld in verschillende afdelingen met elk hun eigen redactionele leider. Vaak vindt die onderverdeling plaats aan de hand van de onderwerpen die in het medium worden behandeld, zoals nieuws, wetenschap, kunst & cultuur, economie, politiek, sport, misdaad en opinie. De hoofdredacteur en de redactionele leiders vormen samen de hoofdredactie.
Bij omroeporganisaties werken redacties en presentatoren vaak samen aan een uitzending en kunnen ook gastsprekers uitnodigen.
Binnen een redactie of afdeling bestaan verschillende functies en taken, zoals:
- Beoordelen en selecteren van binnengekomen informatie op nieuwswaarde. Elke redactie ontvangt persberichten, berichten van regionale en buitenlandse corresponten, politieberichten, tips van burgers en artikelen van persbureaus waarop de redactie is geabonneerd. En ze ontvangen voorstellen voor artikelen, zowel van eigen medewerkers als van buitenstaanders. Die kunnen lang niet allemaal gebruikt worden en dus zullen er keuzes moeten worden gemaakt. Dat gebeurt aan de hand van criteria die door de hoofdredactie zijn opgesteld.
- Nieuwsgaring: het verzamelen van nieuws en informatie over het nieuws. Dit wordt meestal gedaan door journalisten, verslaggevers en bureauredacteuren. Zij gaan daarvoor op pad of voeren deskresearch uit (zoeken op internet of in gespecialiseerde databanken). Ook nemen ze wel contact op met informanten of houden interviews.
- Opdiepen van informatie voor een onderzoeksartikel, waarin een actueel onderwerp of misstand wordt uitgespit. Dit is vooral werk van onderzoeksjournalisten die meestal verbonden zijn aan grotere organisaties zoals dagbladen, omroepen, persbureaus en (freelance-)onderzoekscollectieven. Meestal betreft dit langer lopende projecten.
- Factchecking: nagaan of de verkregen informatie klopt.
- Bewerken en duiden van ruwe gegevens tot artikelen of onderdelen voor uitzendingen: 'rauwe' informatie is meestal niet geschikt voor publieke consumptie. Met de vergaarde informatie maakt een journalist een goed lopend verhaal dat geschikt is voor publicatie of uitzending. Dit geldt zeker ook voor economische cijfers en (in Nederland) de jaarlijkse miljoenennota met de staatsbegroting voor het volgende jaar. Dezelfde journalist of een redacteur kan ook zorgen voor grafieken en andere illustraties om een-en-ander te verduidelijken. De fotoredactie op een krantenredactie kan er geschikte foto's bij zoeken. Ofwel er wordt een eigen fotograaf ingeschakeld, ofwel er worden een of meer foto's van een of fotobureau of freelance fotograaf afgenomen.
- Artikelen beoordelen en corrigeren door een ervaren redacteur bij de geschreven pers: past het artikel in deze vorm in de redactionele formule? Kloppen nieuwswaarde, stijl, spelling, lead, kop, illustraties, duidelijke opbouw, leesbaarheid?
- Redactionele formule: richtlijnen voor een mediaproduct (zoals een krant, website, nieuwsbrief, tv-programma, e.d.), waarin doelgroep, doelstellingen, inhoudelijke thema’s, tone-of-voice en look & feel zijn vastgelegd; onderdelen kunnen zijn: 1) rekening houden met een bepaalde signatuur, bijvoorbeeld conservatief, progressief, christelijk, neutraal en 2) gericht op het publiek van het medium, bijvoorbeeld: de moeilijkheidsgraad sluit aan bij het gemiddelde opleidingsniveau, bepaalde smaak (highbrow, volks), interesses, gewenste diepgang of gericht op een bepaalde regio. Voorbeeld: Een artikel over loodgieten hoeft in het vakblad voor loodgieters geen vaktermen uit te leggen; dat is anders voor eenzelfde artikel voor een algemeen publiek.
- Redigeren van een brieven- en opiniepagina door een bureauredacteur.
- Samenstellen van een publicatie of uitzending: de volgorde van alle bijdragen (inclusief kant-en-klaar aangeleverde columns, strips, cartoons en puzzels, die alle meestal een vaste plaats in een krant of tijdschrift hebben) en de pagina-indelingen bepalen en vervolgens passen, meten en inkorten van de bijdragen totdat ze in één krant, tijdschrift of andere publicatie passen of in een uitzending. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de eindredacteur.
- Publiceren en verspreiden of de uitzending verzorgen. Een publicatie kan gedrukt en fysiek verspreid moeten worden, meestal vóór een deadline; deze taken vallen buiten de verantwoordelijkheid van een redactie. Losse artikelen kunnen vaak al sneller online worden gepubliceerd. Een krant en omroeporganisatie kan daarnaast podcasts bieden die gemaakt zijn door gespecialiseerde journalisten en op de website worden aangeboden. Ook kunnen journalistieke organisaties actief zijn op sociale media. Sinds de komst van internet is het voor individuele journalisten mogelijk om simpel en goedkoop te publiceren. Na een uitzending kan die op internet worden geplaatst, waardoor mensen die de uitzending hebben gemist, haar alsnog kunnen zien of beluisteren.
- Behandelen van kritiek van lezers op de krant, andere publicatie of uitzending zelf; in grote organisaties is hiervoor een ombudsfunctie aangesteld.
Beroepsopvatting, stromingen
[bewerken | brontekst bewerken]Enkele stromingen voortkomend uit de beroepsopvatting over wat journalistiek moet zijn:
- Constructieve journalistiek: Ulrik Haagerup: “Het is kijken naar problemen en kijken wat er aan gedaan kan worden. Het gaat over hoop en inspiratie.”[2]
- Geweldloze journalistiek: een vorm van geweldloze communicatie:[3] hier ligt de nadruk op verslaggeving van de conflicten waarin geweld en oorlogen geworteld zijn, in plaats het (militaire) geweld zelf waar de meeste media op focussen (en dat ze impliciet legitimeren).[4]
- Mainstream: de traditionele massamedia die het grote publiek ('de massa') voorzien van informatie en daarbij voornamelijk de algemeen heersende opvattingen uitdragen en vormen.
- Narratieve (verhalende) journalistiek, literaire non-fictie.
- Slow journalism: de kwaliteit van de journalistiek van de reguliere nieuwsmedia schiet te kort door de haastcultuur. De aanhangers hiervan willen hiervoor een tegengif bieden.
Opleidingen
[bewerken | brontekst bewerken]Beperkingen
[bewerken | brontekst bewerken]De journalistiek heeft in de hele wereld te maken met beperkingen van de persvrijheid, en beperkingen in het vrij uitoefenen van het beroep journalist. De organisatie Verslaggevers Zonder Grenzen (VZG, ook wel Reporters Zonder Grenzen) doet onderzoek naar persvrijheid, en wil deze bevorderen.
Daarnaast zijn er economische beperkingen, zoals concentraties van media binnen één bedrijf. Hiervoor bestaan in verschillende landen weer wettelijke regels, gericht op het behoud van de journalistieke pluriformiteit. Over de efficiëntie daarvan wordt getwist. In Nederland en België bijvoorbeeld is het verschijnsel van 'one paper city' (= een plaats of regio die nog slechts door één medium van informatie en nieuws wordt voorzien) sterk opgekomen, onder invloed van economische omstandigheden. In sommige gevallen maken lokale radiozenders of websites dit weer enigszins goed.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Handboek journalistiek / Theo Dersjant, Nico Kussendrager, Rimme Mastebroek, Caspar van Oirschot. – Groningen: Noordhoff, 2026 (8e herziene editie). – ISBN 978-90-01-19622-6 (gedrukt) en 978-90-01-19623-3 (ebook). Inkijkje op de website
- ↑ Ontleend aan de beschrijving in Category:Portraits in Wikimedia Commons op 18-3-2026
- ↑ Constructief nieuws kan de journalistiek helpen zijn problemen op te lossen. Numrush (27 mei 2018). Gearchiveerd op 24 juni 2021. Geraadpleegd op 18 juni 2021.
- ↑ (en) Pérez Montero, Juana, Tony Robinson, Javier Tolc Tolcachier (5 januari 2023). Nonviolent Journalism: A humanist approach to communication. Barnes & Noble. ISBN 9798218182892.
- ↑ (en) Jan Oberg, Nonviolent journalism: A new book from Pressenza offers pathbreaking alternatives to the embedded militarism of the mainstream. pressenza.com (30 juli 2023). Gearchiveerd op 30 juli 2023.